De normen van onze ouders zijn erfelijker dan we willen
Hebben ouders die vinden dat kinderen hun ouders moeten helpen, kinderen die dat doen? Ja, maar vooral vrouwen zeggen van niet. Door Malou van Hintum, de Volkskrant van 12-01-2008

Aat
Liefbroer

Pearl Dykstra
Liefbroer stelde samen met demograaf Pearl Dykstra de recent verschenen bundel
Van generatie op generatie. Gelijkenis tussen ouders en kinderen samen (Amsterdam
University Press, ISBN 978 90 5356 4691).
Daarin proberen wetenschappers op uiteenlopende terreinen te achterhalen in
welke mate kinderen in hun denken en doen op hun ouders lijken. Hebben dochters
van een buitenshuis werkende moeder vaker een betaalde baan dan dochters van
een huisvrouw? (Nee). Volgen kinderen de opvattingen van hun ouders als het
gaat om steun aan familieleden? (Een beetje). Hebben eenzame ouders eenzame
kinderen? (Ja).
In dat laatste geval lijkt het erop dat erfelijkheid een belangrijke rol speelt;
in het eerste is de veranderde maatschappelijke omgeving voor meisjes kennelijk
belangrijker dan het vrouwelijke voorbeeld thuis.
Toch, zegt Liefbroer, kun je niet in het algemeen stellen
dat de invloed van ouders groter is op beslissingen in de persoonlijke levenssfeer
dan op beslissingen die samenhangen met een maatschappelijke carrière.
Uit de onderzoeken in het boek blijkt dat ouders op allerlei terreinen hun
kinderen beïnvloeden. Het is alleen wel lastig om de precieze sterkte
van deze effecten op dezelfde manier te kwantificeren. Daarom is het ook lastig
om te zeggen of de samenhang tussen het opleidingsniveau van ouders en kinderen
groter is dan, bijvoorbeeld, ouderlijke invloed op de beslissing om te gaan
scheiden.
Een van de redenen om de invloed van ouders te onderzoeken, is de vraag of
zij minder goed dan vroeger in staat zijn waarden en normen op hun kinderen
over te dragen. Worden puberale problemen opgeblazen, of is de invloed van
de peer group (vrienden, schoolgenoten) veel groter dan die van pa en ma,
zoals verschillende psychologen beweren? En hoe verhoudt de (afnemende) ouderlijke
invloed zich tot het wegvallen van normerende structuren zoals de kerk en
de familie, en de emancipatie van het individu?
In het onderzoek van De Vries, Kalmijn en Liefbroer zelf wordt nagegaan of
er tegenwoordig nog sprake is van overerving van familienormen.
De drie hebben bekeken of men vindt dat kinderen hun ouders steun moeten geven
als ze die nodig hebben.
Daarbij hebben ze niet gevraagd naar het actuele gedrag van mensen, maar hun
respondenten algemene uitspraken voorgelegd zoals op familieleden moet
je altijd kunnen rekenen en kinderen die dichtbij wonen, zouden
minstens één keer per week bij hun ouders op bezoek moeten gaan.
Liefbroer: Je zou denken dat steunverlening nogal belangrijk is voor
de ouders zelf, en dat ze daarom hun best zullen doen aan hun kinderen over
te dragen dat ze die steun moeten geven. Maar dat blijkt niet. Hij heeft
daar wel een verklaring voor: We denken dat vrijwel iedereen een bepaalde
mate van steunverlening aan ouders zó vanzelfsprekend vindt, dat er
niet zo veel variatie is tussen gezinnen. En dat ouders daarom niet ontzettend
hun best hoeven te doen om zulke ideeën over te dragen.
Liefbroer c.s. constateren dat familienormen sterker zijn in grote gezinnen,
bij mensen wier ouders lid waren van de kerk, bij laagopgeleiden en allochtonen,
en bij mensen die in een dorp zijn opgegroeid. Dat klopt met het algemene
beeld dat de beter opgeleide, geëmancipeerde stedeling individualistisch
is en zich niet door familie, buurt of kerk laat voorschrijven wat hij moet
doen of laten. Onder laagopgeleiden wordt meer dan onder hoog opgeleiden
benadrukt dat kinderen hun ouders moeten gehoorzamen, zegt Liefbroer.
Je ziet in zulke gezinnen dat ouders en kinderen, maar ook kinderen
onderling, meer op elkaar lijken wat dit soort opvattingen betreft dan in
gezinnen waar meer nadruk ligt op autonomie en zelfbepaling. Daar lijken niet
alleen de kinderen onderling minder op elkaar, maar is ook de overdracht van
specifieke waarden minder.
Opmerkelijk is, dat mensen vinden dat ziekte van ouders of het overlijden
van een ouder géén reden is om meer steun aan die ouder(s) te
geven. Sterker nog: die verplichting is zelfs zwakker als een ouder verweduwd
is dan wanneer beide ouders nog in leven zijn.
Liefbroer: We vragen of je je ouders onder zulke omstandigheden hóórt
te steunen. We vragen dus naar een opvatting. Dat betekent niet dat mensen
in de praktijk ook echt minder steun verlenen. Vrouwen geven negatief antwoord,
maar helpen wel.
Voor discrepanties tussen opvattingen en gedrag heeft Liefbroer nog geen duidelijke
verklaring. Misschien sputteren vrouwen tegen omdat ze niet in die rol
geduwd willen worden, maar dat ze wel degelijk hulp geven als het er opaan
komt. Of misschien geven ze hulp omdat ze om hun ouders geven, niet omdat
het nou eenmaal zo hoort. Dan antwoorden ze om die reden negatief.