'Het gaat juist goed met het gezin'
Het was een verrassing voor velen: twee onderzoeksronden van het Netherlands Kinship Panel Study (NKPS) tonen aan dat het goed gaat met gezinnen en families in Nederland. Pearl Dykstra is de enige verwantschapsdemograaf in ons land. Ze is bij het onderzoek betrokken als coördinator en onderzoekster. Ondanks de positieve resultaten is ze blij met de hernieuwde aandacht die de overheid heeft voor gezinnen in Nederland. ,,Al moet Rouvoet wel tegen een weerstand opboksen.'' Door Martijn van Rossum, Nederlands Dagblad van 31-12-2008

Pearl Dykstra
Het is toch ook logisch om te denken dat het niet goed gaat?
,,Inderdaad. Dat is een heel logische gedachte. Iedereen kent mensen die gescheiden
zijn. En er is vooral aandacht voor de problemen die er zijn. Je hoort van echtscheidingen,
problemen in de ouderenzorg en de mantelzorg. Dat is ook wat je ziet op televisie,
met soaps waarin zich allerlei problemen voordoen in de familie-sfeer. De verwachting
is dat door deze ontwikkelingen Nederland als los zand uit elkaar zal vallen.
En door de toegenomen politieke aandacht voor het gezin denken mensen helemaal
dat het niet goed gaat. Maar dat blijkt niet waar te zijn.''
Hoe kan het dat het tegen de verwachting in dan toch goed gaat?
,,Dat komt in de eerste plaats door de toegenomen welvaart. Het is waar dat
familieleden verder van elkaar vandaan wonen. Maar dat wordt meer dan gecompenseerd
door moderne communicatiemiddelen als telefoon, internet met webcams en e-mail.
En vervoermiddelen als de auto, trein en het vliegtuig verkleinen de reistijd.
Het is juist makkelijker geworden om contact te leggen met familie die op grote
afstand woont. Maar ook de kwaliteit van relaties is verbeterd. Er is meer keuzevrijheid
gekomen. In de jaren vijftig en zestig had je veel meer hiërarchische familieverhoudingen.
Er is zowel tussen man en vrouw als tussen ouders en kinderen meer gelijkheid
gekomen. Ze zijn vrijwilliger geworden. De relaties zijn daardoor sterker geworden,
omdat we ze samen hebben opgebouwd.''
En 'we' besteden dus ook meer tijd aan elkaar?
,,Ja, ondanks het feit dat vrouwen meer zijn gaan werken gaat dit bijvoorbeeld
niet ten koste van de zorg voor de ouders op hogere leeftijd. Mensen blijven
zorgen voor hun ouders, ook al gaat dit ten koste van hun eigen gezondheid en
tijd.''
Onze ouderen wonen vaak in verzorgingstehuizen, dus daar hebben
we weinig omkijken naar.
,,Steeds minder. Het aandeel ouderen dat in een verzorgingstehuis woont is juist
afgenomen. Verzorgingstehuizen waren in opkomst na de oorlog, in de tijd dat
er een groot woningtekort was. Tegenwoordig kiezen ouderen ervoor zo lang mogelijk
zelfstandig te blijven wonen. Bovendien is er veel meer aandacht voor eenzaamheid
onder ouderen. Hetzelfde geldt voor mantelzorg. Ook daar bestaat een verkeerd
beeld over; alsof niemand meer voor elkaar zorgt. Er wordt heel veel over problemen
gepraat, terwijl het juist heel goed gaat.''
Met al dat goede nieuws kunnen we het Ministerie van Jeugd en
Gezin dus wel weer opheffen?
,,Nee, absoluut niet. Ik vind het heel goed dat er een minister voor Jeugd en
Gezin is. Ik zou het zelf alleen liever het ministerie van families genoemd
hebben. Mantelzorg bijvoorbeeld valt onder ouderenzorg, terwijl dit ook alles
met familiebanden te maken heeft. En denk aan alleenstaanden. Ook zij maken
deel uit van een familie. Jeugd en Gezin gaat alleen over de jonge fase. Ik
vind het zo jammer dat het beleid opgeknipt wordt. Maar de komst van eerst een
staatssecretaris en nu een minister vind ik mooi.''
Waarom is dat zo belangrijk?
,,Omdat in families ongelijkheid wordt doorgegeven, gecreëerd of weggewerkt.
'Wie als een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje', is het gezegde.
Als ouders maatschappelijk gezien weinig kansen hebben, lopen hun kinderen veel
meer kans zelf ook in die situatie terecht te komen. Een ander feit is dat mensen
zonder partner over het algemeen een slechtere gezondheid hebben. En het is
ook bekend dat echtscheidingen veel negatieve gevolgen hebben, vooral voor de
inkomenssituatie voor moeders en kinderen. De overheid kan voorwaarden scheppen
om de ongelijkheid die sommige kinderen van huis uit meekrijgen weg te werken.
Denk daarbij aan goede voorschoolse opvang, kinderopvang, goed onderwijs en
voorlichting over de gevolgen van echtscheiding.''
Het gezin dus toch als hoeksteen van de samenleving?
(Aarzelend...) ,,Ja daar geloof ik wel in. Want in gezinnen worden ook waarden
en normen overgedragen. Dat kunnen goede, maar ook heel slechte waarden en normen
zijn.''
En die spruitjeslucht dan?
,,Dat is inderdaad wel al snel het gevaar voor de overheid. Zeker voor minister
Rouvoet. Christelijk rechts wordt al gauw geassocieerd met de jaren vijftig,
en met die spruitjeslucht. Dat is zijn makke. Hij moet constant tegen een weerstand
opboksen.''
Lukt hem dat een beetje?
,,Daarom was ik ook zo benieuwd naar zijn gezinsnota, die pas is verschenen.
Ik vind dat hij een goede balans heeft gevonden. Hij wil gezinnen ondersteunen
zonder al te sturend op te treden. Hij beheerst dat goed.''
Kunt u zich ook vinden in de beleidsvoornemens die erin staan?
,,De nota heeft een aantal mooie beleidsvoornemens. Het is goed dat het ouderschapsverlof
wordt losgekoppeld van de levensloopregeling. Ook de verlenging van het ouderschapsverlof,
de samenwerking met sociale partners voor meer gezinsvriendelijkheid in de organisatie
van het werk, het beschikbaar stellen van geld voor kinderen om deel te nemen
aan culturele- en sportactiviteiten en meer aandacht voor de woonomgeving zijn
goede voornemens. De kracht van de nota ligt in het expliciete uitgangspunt:
gezinnen zijn belangrijk voor individuen en voor de samenleving. Tegelijkertijd
had ik graag meer maatregelen gezien om mannen meer bij de opvoeding te betrekken.
Ook had ik wel meer willen lezen over de economische zelfstandigheid van vrouwen.
Als moeders economisch zelfstandig zijn, dan komen hun kinderen minder gauw
terecht in een situatie van armoede. Ook blijkt uit onderzoek dat economisch
zelfstandige moeders beter in staat zijn hun kinderen te behoeden voor de negatieve
gevolgen van echtscheiding. De nota besteedt wel aandacht aan de arbeidsparticipatie
van vrouwen, maar brengt dit niet in verband met de baten die gezinsleden kunnen
hebben bij een economisch zelfstandige moeder en partner.''
De nota gaat wel expliciet over jonge gezinnen...
,,Dat is begrijpelijk omdat Rouvoet projectminister is van het ministerie voor
Jeugd en Gezin. Maar het dat is toch wel jammer ja. Gelukkig staat er wel in
dat 'de zorg voor kinderen een leven lang gevoeld kan worden'.''
Het gezin kan dan wel belangrijk zijn voor Nederlanders, maar
zodra de politiek er iets mee wil blijkt het toch echt een taboe-onderwerp te
zijn, daar praten we liever niet over.
,,Taboe is niet het juiste woord. Het gaat meer om stereotypering. Als het gaat
over het gezin denkt men heel snel aan de jaren vijftig, aan de tijd dat de
vrouw nog achter het fornuis stond. Verder speelt de discussie natuurlijk altijd
mee over het ingrijpen achter de voordeur. Hoever mag de overheid hierin gaan?
Zo rapporteerden de media pas over een zwakzinnig echtpaar dat een baby kreeg.
Het kindje werd op de eerste dag na de geboorte in een pleeggezin geplaatst.
Dat is iets heel moeilijks. De ouders hebben nog niet kunnen bewijzen of ze
goede opvoeders zijn. We kunnen ook moeilijk zeggen; we steriliseren ze allemaal.''
En als het gaat over echtscheidingen? U geeft zelf ook aan dat
echtscheidingen grote gevolgen hebben.
,,Ja, dat is heel interessant. Denk aan de jaren tachtig, de tijd dat communes,
vriendschapsnetwerken en andere soorten gemeenschappen erg populair waren. Toen
had je de eerste onderzoeken naar de gevolgen van echtscheiding. Zelf deed ik
begin jaren negentig onderzoek naar ouderen. Ik bracht hun levensloop in kaart,
waarbij ik keek naar de situatie waarin ze opgroeiden. Hadden ze op vroege leeftijd
één of beide ouders verloren? Hadden ze in een tehuis of krijgsgevangenkamp
gezeten? Hadden ze gescheiden ouders? Ik beschreef onder andere hun welzijn,
gezondheid en eenzaamheid. Wat bleek? Mensen die ooit een echtscheiding hebben
meegemaakt, hadden een slechtere gezondheid, waren vaker eenzaam en hadden een
kleiner netwerk. De Volkskrant schreef een artikel over de uitkomsten van het
onderzoek. Nederland was te klein! Enkele decennia geleden lag dit heel gevoelig.
Nu is dat minder. Inmiddels is het wel bekend dat echtscheiding veel negatieve
gevolgen heeft. 'Bemiddeling' is een bekend begrip geworden en er wordt nagedacht
over de gevolgen voor de kinderen. Je moet ook naar de tijd kijken. In de jaren
na de Tweede Wereldoorlog was echtscheiding veel uitzonderlijker, je kwam vaak
in een sociaal isolement terecht. Dat is nu veel minder. Voor kinderen is het
van belang dat ouders na de scheiding toch nog een goede relatie onderhouden
en niet door blijven gaan met ruziën.''
Uit de resultaten van de NKPS blijkt verder dat de gezinsvorm
steeds minder belangrijk is. Samenwonen wordt steeds populairder. Gaat dit er
op den duur niet voor zorgen dat familiebanden 'vager' worden?
,,Partnerschap en kinderen zijn niet minder belangrijk geworden. Er is alleen
een grotere keuzevrijheid gekomen. Mensen zijn erg terughoudend om aan anderen
voor te schrijven hoe ze moeten leven. Een algemene norm bestaat niet meer.
Maar als je naar het echte gedrag van mensen kijkt, dan zie je dat ze voor hun
ouders 'alles' doen. Het is dus heel erg geïndividualiseerd. Maar individualisme
betekent in dit geval niet; 'ik doe niets'. Mensen voelen zich heel verantwoordelijk,
maar willen niets voorschrijven.''
Jongeren hebben waarschijnlijk helemaal niets meer met het huwelijk.
,,Wat daar vooral opvalt is het uitstelgedrag. Dat geldt voor zowel het binden
als het krijgen van kinderen. Ze weten vaak niet wat ze moeten kiezen en zijn
bang bepaalde routes af te sluiten, om een verkeerde keuze te maken. Die ontwikkeling
zet zich voort. Zelfs bij het samenwonen zie je dat daar steeds later aan begonnen
wordt. Om maar niet te denken aan trouwen! De groep die direct uit huis trouwt,
is specifiek christelijk en ook in islamitische hoek wordt minder ongehuwd samengewoond.
Maar uiteindelijk bindt iedereen zich. Slechts vier procent van de mensen blijft
alleen.''
Waarom bent u zo voor de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt?
Is het niet belangrijk om juist meer tijd vrij te maken voor de kinderen?
,,Ik zeg niet dat iedereen gelijk zeventig uur moet gaan werken. Maar die economische
zelfstandigheid vind ik wel heel belangrijk. Zorg ervoor dat vrouwen niet afhankelijk
zijn van alimentatie of de overheid zodra ze alleen komen te staan. Rond 1970
werden in landen waar vrouwen het meeste werkten de minste kinderen geboren.
Tegenwoordig is dat andersom. In landen waar de meeste vrouwen werken worden
ook de meeste kinderen geboren. Dit komt doordat de markt of de overheid maatregelen
getroffen hebben voor goede kinderopvang. Dan zie je dat zulk beleid goed werkt.
Nederland zit net boven het Europese gemiddelde. Hier hebben we als bijzonderheid
dat er zoveel parttime gewerkt wordt.
Een ander interessant onderzoeksonderwerp is de overdracht van geld en tijd. Vroeger was het zo dat de jongeren oudere generaties financieel ondersteunden en hielpen. Tegenwoordig is het eerder andersom. In landen waar een goed pensioenstelsel is, gebruiken ouderen hun geld om hun kinderen te helpen. Ook gaan steeds meer grootouders op hun kleinkinderen passen wanneer hun kinderen werken.''
En blijven mannen ook vaker thuis om te zorgen?
,,Vooral in hoogopgeleide kringen komt het steeds vaker voor dat mannen parttime,
vaak 32 uur, werken. De mogelijkheid om parttime te werken is wettelijk vastgelegd.
Ik ben wel benieuwd naar de vraag of deze mannen ook meer zorgtaken op zich
nemen. Gaan die meer zorg verlenen aan hun ouders als ze oud zijn? Doen ze meer
aan mantelzorg? Dat vind ik spannende vragen. Daar zou ik wel onderzoeksresultaten
van willen zien.''